WASSILY KANDINSKY|11 MIN LEESTIJD
Zo leest u de kunst van Wassily Kandinsky
Hij betaalde de helft van de kosten van een boek met gedichten en houtsneden. Materiaal voor een album met zijn kunst kwam via geheime routes naar Amsterdam. Elk van deze zes kunstwerken heeft zo'n verhaal, en elk verhaal verandert wat u ziet.
AUTEUR Moryarty

De kunst van Wassily Kandinsky kan ogen als een taal zonder woorden. En dat is het in zekere zin ook: een taal die hij tijdens een lange, rusteloze loopbaan opbouwde uit kleur, lijn en ritme. Weinig kunstenaars hebben zoveel aanknopingspunten achtergelaten over hoe hun schilderijen ontstonden en wat die voor henzelf betekenden. Dit is het verhaal van zes van zijn kunstwerken, die elk een andere toegang tot die taal bieden. Het ene is een boek met gedichten en houtsneden waarvan hij de drukkosten meebetaalde, het andere een map met lithografieën uit het jaar waarin hij bij het Bauhaus ging werken. Er is een schilderij dat in zijn eigen eetkamer hing, een compositie waarin hij naar eigen zeggen voor het eerst cirkels op de voorgrond plaatste, een blauw doek uit de oorlogsjaren en een album waarvoor het materiaal naar Amsterdam werd gesmokkeld om na zijn dood te worden gedrukt.
Elk kunstwerk leest anders als u weet hoe het tot stand kwam. Kandinsky liet zelf toelichtingen achter, en musea hebben de latere geschiedenis van zijn kunstwerken onderzocht. Uit beide valt iets te leren. Sommige afbeeldingen zijn het best te begrijpen vanuit klank. Andere vanuit het materiaal, omdat hij zijn grafische technieken nooit zomaar koos. Weer andere worden duidelijker door onderwerpen uit zijn vroegere figuratieve kunst die in de abstractie aanwezig blijven. En soms bieden de oorlogsjaren de sleutel, toen hij vrijwel als een kluizenaar leefde in een appartement in Neuilly-sur-Seine, buiten Parijs. Geen van deze verhalen levert één vaststaande betekenis op, maar elk verhaal verandert hoe u het kunstwerk ziet.
‘Klänge Pl.19’ en het muzikale album van Kandinsky
‘Klänge Pl.19’ komt uit ‘Klänge’, de enige dichtbundel die Kandinsky ooit schreef. Hij noemde het een muzikaal album, en die vergelijking was raak. Achtendertig prozagedichten staan naast zesenvijftig houtsneden. Samen vormen ze iets dat dichter bij muziek staat dan bij een gewoon boek. In de gedichten keren woorden terug totdat hun betekenis verdwijnt en alleen de klank overblijft.

De houtsneden vergden vijf jaar. Tussen 1907 en 1912, de jaren waarin zijn schilderkunst de herkenbare wereld achter zich liet, verkende Kandinsky die overgang in zijn grafiek. Hij experimenteerde met vlakke, sterk vereenvoudigde lijnen en vormen. Diezelfde beheersing spreekt uit deze plaat: scherpe contouren en vereenvoudigde vormen in geel, blauw en rood op een warme beige ondergrond, met donkere accenten die de compositie bijeenhouden.
Een deel van het boek volgt Sint Joris en andere ridders op zoek naar waarheid. Paard en ruiter keren steeds terug. Voor Kandinsky was de ruiter meer dan een oud onderwerp. Hij zag er een symbool van het loslaten van de figuratie in: de zichtbare wereld achter zich laten en de kijker in die overgang meenemen.
In een prospectus voor de uitgever schreef Kandinsky dat hij niets anders dan klanken wilde scheppen. De titel zegt het al: ‘Klänge’ is het Duitse woord voor klanken. De gedichten waren geïnspireerd op de eerste pogingen van heel jonge kinderen om te spreken. Door herhaling verliest taal haar betekenis, totdat alleen haar muziek overblijft.
De uitgever moest nog worden overtuigd. R. Piper & Co. in München aarzelde over het project. Het boek kwam er pas toen Kandinsky ermee instemde de helft van de kosten te betalen. Poeschel & Trepte in Leipzig verzorgde het drukwerk: driehonderd gesigneerde en genummerde exemplaren, plus vijfenveertig exemplaren die niet voor de handel bestemd waren. Van de houtsneden zijn er vierenveertig in zwart gedrukt en twaalf in kleur.
Terugblikkend zei hij dat de gedichten en houtsneden de sporen bewaren van zijn ontwikkeling van figuratie naar abstractie. Het Museum of Modern Art in New York bezit een exemplaar. Ook het Metropolitan Museum of Art en het Art Institute of Chicago bezitten een exemplaar.
‘Kleine Welten I’ en waarom Kandinsky voor lithografie koos
‘Kleine Welten I’ opent een kleine map waar een groot idee achter schuilgaat. Kandinsky maakte de twaalf prints in 1922, het jaar waarin hij begon les te geven aan het Bauhaus in Weimar. Propyläen-Verlag in Berlijn gaf ze nog datzelfde jaar uit. De oplage telde tweehonderddertig exemplaren: dertig luxe exemplaren op Japans papier en tweehonderd gewone exemplaren op geschept papier.

De titel van de map verwijst naar de uitspraak van Kandinsky dat wie een kunstwerk schept, de wereld schept. Het Metropolitan Museum of Art beschrijft de reeks als poëtische beelden die elk een andere wereld moeten oproepen. Voor Kandinsky was abstractie een spirituele taal. Elk van de twaalf bladen is een zelfstandige compositie van lijn, vlak en kleur, een geheel op zichzelf.
‘Kleine Welten I’ is een lithografie, en dat was een weloverwogen keuze. In de inleiding bij de map legde Kandinsky uit wat deze techniek mogelijk maakte: uiteenlopende lijnen, toetsen en kleuren combineren tot een beeld dat een schilderij het dichtst benadert. De print laat zelf zien wat hij daarmee bedoelde, met scherpe zwarte lijnen en heldere accenten in geel, rood en blauw op een witte ondergrond.
Elke techniek had een eigen taak. Etsen leende zich volgens hem voor het onderzoeken van de lijn. Bij de houtsnede liet hij voorgrond en achtergrond met elkaar contrasteren. Vergeleken met die technieken kwam lithografie volgens hem het dichtst bij schilderen.
Lithografie sloot ook aan bij wat hij in bredere zin van kunst verwachtte. Hij noemde de techniek modern en democratisch. Het gladde oppervlak bood ruimte aan een rijk scala aan lijnen, toetsen en kleuren, en maakte een vrijwel eindeloos aantal afdrukken mogelijk. Eén tekening kon zo veel mensen bereiken.
Een kunstenaarsproef van de map bevat een handgeschreven opdracht van Kandinsky aan Walter Gropius en zijn vrouw Ise, ter gelegenheid van hun huwelijk in oktober 1923. Een afdruk van ‘Kleine Welten I’ bevindt zich tegenwoordig in het Metropolitan Museum of Art in New York, dat deze in 1931 verwierf.
‘Auf Weiss II’ en wat de verwijzing naar Sint Joris betekent
Kandinsky schilderde ‘Auf Weiss II’ tussen februari en april 1923, toen hij lesgaf aan het Bauhaus in Weimar. Een voorstudie voor de compositie is bewaard gebleven in de collectie van het Centre Pompidou. Het voltooide schilderij hing aanvankelijk in de eetkamer van het appartement dat hij met zijn vrouw Nina deelde bij het Bauhaus in Dessau.

Met scherpe zwarte lijnen en kleine accenten in rood, geel en blauw is het doek energiek, maar beheerst.
Het Centre Pompidou ziet een verhaal in de geometrie. Het museum leest de hoekige zwarte X in het midden van het doek als een geabstraheerde Sint Joris met zijn lans. Deze heilige, in Rusland een symbool van moed en overwinning, keerde vaak terug in de kunst van Kandinsky. Dat het museum Sint Joris in de zwarte X herkent, herinnert eraan dat abstractie voor Kandinsky geen radicale breuk met zijn onderwerpen betekende.
Kandinsky zelf was meer geïnteresseerd in wat vormen teweegbrengen dan in wat ze voorstellen. Het effect van kleur en vorm op de menselijke geest fascineerde hem. Een doek als dit laat zich op twee manieren tegelijk bekijken: als een samenspel van krachten dat op de kijker inwerkt, en als een herinnering aan het verhaal van een heilige te paard. Die twee lezingen sluiten elkaar niet uit.
Via een schenking van Nina Kandinsky kwam het schilderij in de museumcollectie. Nina Kandinsky schonk het aan het Musée National d'Art Moderne in Parijs, waar het sinds 1976 tot de collectie behoort. Het schilderij wordt bewaard in het Centre Pompidou.
‘Cirkels in een cirkel’ maakt de cirkel tot onderwerp
In 1923, tijdens zijn Bauhaus-jaren, schilderde Kandinsky ‘Cirkels in een cirkel’. Volgens hem was dit zijn eerste schilderij waarin cirkels als thema op de voorgrond traden. Eén grote, nauwkeurig getekende cirkel omsluit een constellatie van kleinere cirkels.

Rood, groen, geel en roze vullen de cirkel. Overlappende vormen geven het schilderij diepte.
Marcel Duchamp bewonderde deze kant van de kunst van Kandinsky. In 1950 schreef hij dat Kandinsky door zijn lijnen met liniaal en passer te trekken een nieuwe kijk op de schilderkunst mogelijk had gemaakt.
Vanaf de zomer van 1928 bevond het schilderij zich bij Galka Scheyer in Californië, eerst in San Francisco en daarna in Los Angeles. In april 1931 verkocht zij het aan de verzamelaars Louise en Walter Arensberg in Los Angeles. In juni van dat jaar schreef ze Kandinsky over de verkoop.
Het origineel bevindt zich tegenwoordig in het Kunstmuseum van Philadelphia.
‘Bleu de ciel’ en het optimisme van Kandinsky in oorlogstijd
Kandinsky schilderde ‘Bleu de ciel’ in 1940, in het appartement in Neuilly-sur-Seine waar hij de laatste elf jaar van zijn leven doorbracht. Het Bauhaus was in 1933 gesloten nadat Hitler aan de macht was gekomen, en Kandinsky was van Duitsland naar Frankrijk vertrokken. In 1940 was Frankrijk bezet en leefde hij in dat appartement vrijwel als een kluizenaar.

Eerder in 1940 had hij Joan Miró bezocht in Varengeville-sur-Mer, aan de kust van Normandië. Samen met de schilder Alberto Magnelli reisde hij erheen om de ‘Constellaties’ van Miró te bekijken. Na dat bezoek nam Kandinsky de kleuren en constellaties van biomorfe vormen van Miró over. De zwevende vormen in dit schilderij komen voort uit die uitwisseling.
Volgens het museum verwijst het blauw naar de lucht die hij vanuit zijn atelier zag. Vanuit zijn atelierraam in Neuilly kon Kandinsky de lucht boven Mont Valérien zien. Volgens het Centre Pompidou is het melkachtige blauw met zijn schaduwtinten ontleend aan die lucht. De vormen drijven erin rond zonder één centraal aandachtspunt. Het oog kan daardoor dwalen en kleine gebeurtenissen één voor één ontdekken. De titel benoemt alleen het blauw van de hemel, niet de wezens die erin zweven.
Het schilderij was een reactie op de pas uitgebroken oorlog, de derde oorlog die Kandinsky meemaakte. Het museum leest het als een uiting van vrijheid en optimisme. In die jaren vulde hij zijn abstracte kunst met celachtige vormen en kleine fantasiewezens, alsof hij zich terugtrok in de natuur. Alleen het monogram bewaart iets van de geometrische strengheid van zijn vroegere kunst.
De natuur werd de bron van zijn verbeelding in oorlogstijd. De wezens, deels dierlijk en deels verzonnen, lijken op de patronen die hij in 1942 en 1943 ontwierp voor gordijnen van Jean Bauret en de Société industrielle de la Lys. Door hun kleuren kregen dit schilderij en andere kleurrijke kunstwerken uit die periode de benaming chinoiserie, een verwijzing naar het oosterse kleurgebruik.
Nina Kandinsky schonk het schilderij in 1976 aan het Centre Pompidou. Tegenwoordig behoort het tot het Musée National d'Art Moderne in Parijs. Dankzij haar schenkingen en nalatenschap bezit het Centre Pompidou de meest complete verzameling van zijn kunst ter wereld.
‘11 tableaux et 7 poèmes’ van geheime routes naar drukwerk
‘11 tableaux et 7 poèmes’ is een album, geen afzonderlijk schilderij. Het bundelt elf schilderijen en zeven gedichten van Kandinsky. Jean Paul Penraat en J. Penraat verzamelden het materiaal. Aanvankelijk was het bedoeld voor Christian Zervos, de redacteur van het kunsttijdschrift Cahiers d'Art, voor publicatie in het tijdschrift of als zelfstandige uitgave.

De broers Penraat brachten de reproducties, de gedichten en het sjabloon voor een speciale druk via illegale routes naar Amsterdam. Daar wachtte de jonge uitgever Frans Duwaer op het materiaal.
Duwaer was een Amsterdamse drukker en uitgever van de tweede generatie, en een vriend en pleitbezorger van nonfiguratieve kunst. In 1940 had hij het plan opgevat voor een drietalig kunsttijdschrift.
Kandinsky maakte de sjabloondruk, een pochoir, vóór zijn dood. Deze verscheen alleen in een deel van de exemplaren van het album. Het sjabloon werd met het overige materiaal meegestuurd. De gewone editie telde tweehonderd exemplaren op Hollande van Gelder-papier. Vijfenveertig daarvan bevatten de originele sjabloondruk. Daarnaast waren er dertig exemplaren buiten de handel, genummerd met Romeinse cijfers, die de druk eveneens bevatten.
Het drukwerk was op 17 november 1945 voltooid, een jaar na de dood van Kandinsky. Jan Bons drukte het album en Frans Duwaer gaf het uit in Amsterdam. Tegenwoordig bevindt zich een exemplaar in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Het Centre Pompidou bezit exemplaar V/XXX, met een originele sjabloondruk in gouache uit 1944, afkomstig uit het legaat van Nina Kandinsky uit 1981.
In alle zes de kunstwerken keert één overtuiging terug: een beeld kan werken als muziek of poëzie en toch een beeld blijven. Kies het kunstwerk dat u wilt ophangen, of dat nu ‘Klänge’, ‘Auf Weiss II’ of ‘Bleu de ciel’ is.
Wist u dat?
- Het zien van een van de ‘Hooibergen’ van Claude Monet droeg eraan bij dat Kandinsky de loopbaan die hij voor ogen had opgaf.
- Tussen 1902 en 1904 maakte hij meer dan vijftig houtsneden in een romantische stijl, geïnspireerd op sprookjes, lang voordat hij aan de houtsneden voor ‘Klänge’ begon.
- ‘Klänge’ had een directe en blijvende invloed op het expressionisme, dada en het Russische futurisme.
- Kandinsky gold jarenlang als de eerste kunstenaar die nonfiguratieve kunst maakte, hoewel historici nu erkennen dat abstractie meerdere oorsprongen heeft.
- In 1911 richtten Kandinsky en Franz Marc in München de groep Der Blaue Reiter op.
- Kandinsky verhuisde in 1933 naar Neuilly-sur-Seine, op een moment dat abstracte kunstenaars en de surrealisten rond André Breton openlijk tegenover elkaar stonden.
- Kandinsky werd in 1866 geboren in Moskou en overleed in 1944 in Neuilly-sur-Seine.
Veelgestelde vragen over Kandinsky
Wat voor kunst maakte Wassily Kandinsky? Hij is vooral bekend als pionier van abstracte, nonfiguratieve kunst, al was zijn loopbaan lang en veranderlijk. Hij studeerde rechten en economie en begon pas rond zijn dertigste in München te schilderen. Zijn kunst ontwikkelde zich van figuratieve taferelen via het expressionisme van Der Blaue Reiter naar de geometrie van het Bauhaus, en uiteindelijk naar de biomorfe verbeelding van zijn laatste jaren in Frankrijk.
Wat betekent de kunst van Kandinsky? Kandinsky was gefascineerd door het effect van kleur en vorm op de menselijke geest. In zijn boek ‘Over het spirituele in de kunst’ pleitte hij voor een spiritueel doel van kunst. Het was een van de drie boeken die hij rond 1911 en 1912 publiceerde. In sommige kunstwerken blijven herinneringen aan eerdere onderwerpen aanwezig, zoals Sint Joris, die het Centre Pompidou in het midden van ‘Auf Weiss II’ herkent.
Was muziek belangrijk voor de kunst van Kandinsky? Zeker. Het horen van ‘Lohengrin’ van Wagner droeg eraan bij dat hij zijn geplande loopbaan losliet en voor de schilderkunst koos. Zijn enige dichtbundel ontstond als een muzikaal album waarin woorden hun betekenis verloren totdat alleen de klank overbleef. In het prospectus voor ‘Klänge’ schreef hij dat hij niets anders dan klanken wilde scheppen.
Hoe veranderde het Bauhaus de kunst van Kandinsky? Toen hij er in 1922 begon les te geven, werd zijn schilderkunst geometrisch en nauwkeurig afgemeten: cirkels, lijnen en vlakken in een beheerst evenwicht, met de helderheid die we nu met de school verbinden. Naast zijn theoretische geschriften droeg ook zijn onderwijs bij aan zijn invloed op de moderne kunst. Uit de Bauhaus-jaren komt de precieze, grafische beeldtaal van kunstwerken als ‘Auf Weiss II’.
Waar kan ik originele kunstwerken van Kandinsky zien? Geen enkel ander museum bezit een Kandinsky-collectie die zo compleet is als die van het Centre Pompidou in Parijs. Deze verzameling ontstond vooral dankzij de schenkingen en nalatenschap van Nina Kandinsky. Originele afdrukken uit de map ‘Kleine Welten’ bevinden zich ook in het Museum of Modern Art New York, het Metropolitan en het Guggenheim in New York, het Lenbachhaus in München en het Centre Pompidou in Parijs. Zowel het Metropolitan als het San Francisco Museum of Modern Art bezitten een afdruk van ‘Kleine Welten I’. Reproducties van veel van deze kunstwerken zijn samengebracht in onze Kandinsky-collectie.
Over de auteur
Wij zijn Moryarty Vintage Posters, een Europees bedrijf dat in 2015 is opgericht. We hebben vijf winkels in Spanje en Portugal en een catalogus met meer dan tweeduizend vintage posters. Elk kunstwerk dat we verkopen, restaureren we met de hand en drukken we in onze werkplaats in Barcelona op mat fine art-papier van museumkwaliteit. We werken graag met de Kandinsky-collectie. Met deze verhalen wilden we delen waarom zijn schilderijen het verdienen om langer naar te kijken.
Bronnen
▾
- ‘Klänge’ in het Museum of Modern Art New York
- ‘Improvisatie 19’ uit ‘Klänge’ in het Museum of Modern Art New York
- ‘Sounds’ van Wassily Kandinsky bij de Poetry Book Society
- ‘Klänge’ in het Art Institute of Chicago
- ‘Klänge’ in het Metropolitan Museum of Art
- ‘Kleine Welten I’ in het Museum of Modern Art New York
- ‘Kleine Welten’ in het Metropolitan Museum of Art
- ‘Kleine Welten I’ in het Metropolitan Museum of Art
- ‘Kleine Welten’, plaat 4, in het Princeton University Art Museum
- ‘Kleine Welten’ van Kandinsky bij Moeller Fine Art
- ‘Op wit II’ op Obelisk Art History
- ‘Auf Weiss II’ op Wikipedia
- ‘Cirkels in een cirkel’ op Bauhaus Movement
- ‘Cirkels in een cirkel’ in het Kunstmuseum van Philadelphia
- ‘Bleu de ciel’ in het Centre Pompidou
- ‘Op weg naar biomorfe abstractie’ op Google Arts & Culture
- ‘Bleu de ciel’ in het Centre Pompidou (Frans)
- ‘Kandinsky: 11 tableaux et 7 poèmes’, gedigitaliseerd in het Internet Archive
- ‘Kandinsky 1944’ bij Antiquariat Appel
- ‘11 tableaux et 7 poèmes’ in het Stedelijk Museum
- ‘Compositie’ in het Centre Pompidou
- ‘Vassily Kandinsky, pionnier de l'art abstrait’ bij het Centre Pompidou Málaga
- Wassily Kandinsky bij het Centre Pompidou
- ‘Klänge’ op Wikipedia
- ‘Kleine Welten I’ in het Kemper Art Museum